KennisDelen.eu Toelichting op didactische werkvorm: doceren


Toelichting op didactische werkvorm: doceren

Didactiek.

Doceren
Velen denken bij lesgeven aan een leraar die voor de klas staat en praat en leerlingen die zitten, luisteren en aantekeningen maken. En vaak is dat ook zo. Alhoewel het niet altijd de beste vorm van informatieoverdracht is, is het wel de vorm die het meest wordt gebruikt. Deze vorm heet de doceervorm. In het communicatieproces tussen docent en cursisten is sprake van eenrichtingsverkeer. Als onderdeel van een totaal leerproces en ter afwisseling van andere werkvormen kan het gebruik van de doceervorm zeker nuttig en effectief zijn.

Doceren kunt u gebruiken voor het:

  • mondeling doorgeven van nieuwe informatie waarover de cursisten nog niet beschikken (bijvoorbeeld nieuwe ontwikkelingen op het gebied van techniek of tarieven);
  • enthousiast maken van cursisten voor een bepaald onderwerp;
  • verstrekken van informatie, die dient als inleiding op het uitoefenen van een vaardigheid;
  • geven en ter discussie stellen van een eigen visie op een thema of een probleem;
  • geven van een verduidelijking of aanvulling bij schriftelijke informatie;
  • samenvatten of herhalen van onderwerpen, die bijvoorbeeld in een ander lesonderdeel aan de orde kwamen.

Voor- en nadelen van de doceervorm

Voordelen

  • voor de meeste cursisten is het een bekende, vertrouwde manier van lesgeven;
  • er kunnen veel mensen tegelijk mee bereikt worden. Als de docent vakinhoudelijk goed op de hoogte is, is de voorbereiding relatief eenvoudig;
  • er kan veel informatie in korte tijd worden overgedragen;
  • de docent kan zelf de volgorde, inhoud, tempo en dergelijke van de les bepalen;
  • het tempo van de les kan worden vertraagd of versneld al naar gelang de cursistengroep.

Nadelen

  • cursisten moeten vooral luisteren naar wat de docent vertelt, er is weinig mogelijkheid tot directe interactie;
  • als het verhaal van de docent te lang duurt (langer dan 10 minuten) verslapt de aandacht van de cursisten;
  • er zijn weinig mogelijkheden om na te gaan of cursisten nog begrijpen wat de docent vertelt;
  • de docent heeft vaak de neiging te veel te willen vertellen in te weinig tijd;
  • niet geschikt voor het aanleren van vaardigheden (behalve luistervaardigheden) of het leren toepassen van (nieuwe) kennis.

« Didactische werkvormenHoe gebruik je de doceervorm? »

Plaats een reactie