Leren van volwassenen. Deel 3
Leren van Volwassenen.
Leren is een uiterst complex gebeuren. Voor de opleider of docent is het van belang dat hij/zij iets weet over verschillende vormen van leren en factoren die het leren beïnvloeden (leerprincipes). De opleider dient er zorg voor te dragen dat het leren -rekening houdend met deze leerprincipes- optimaal plaatsvindt, dit wil zeggen: hij moet de onderwijsleersituatie dusdanig inrichten dat het leerproces zo efficiënt en effectief mogelijk kan verlopen
Het begrip leren
Onder leren wordt verstaan: verandering van gedrag als resultaat van een ervaring. Het feit dat leren heeft plaatsgevonden kan alleen worden vastgesteld aan de hand van een gedragsverschil tussen een eerdere en latere situatie. Het gaat dus niet alleen om een vermeerdering van kennis of vaardigheden: er moet een daadwerkelijke gedragsverandering plaatsvinden wil men van echt leren kunnen spreken (waar wel vermeerdering van kennis of vaardigheden voor nodig is!)
De mens als lerend wezen
De mens leert niet alleen op school of in zij jeugd, alles wat een mens zich in zijn leven verwerft aan kennis, houding en vaardigheden wordt leren genoemd. De mens is een lerend wezen: hij leert lopen, fietsen, spreken, hij leert omgaan met anderen, met auto’s en gereedschap, hij leert door het lezen van de krant. Hij leert soms bewust en moeizaam (Franse grammatica) en soms spelenderwijs (het lezen van een boek, het kijken naar een t.v.-programma) Sommige dingen hoeft een mens niet te leren: het terugtrekken van een hand als een warme kachel wordt aangeraakt, is aangeboren gedrag.
Vormen van leren
Enkele belangrijke vormen van leren zijn:
- A. incidenteel autonoom leren, dit is een vorm van leren waarbij men niet de bedoeling heeft iets te leren, het leren dat toevallig plaatsvindt
- B. intentioneel leren, iets leren dat men doelbewust wil leren
- C. memoriseren, van buiten leren, uit het hoofd leren
- D. observationeel leren, imiteren, leren door het nadoen van handelingen van anderen; dit gaat vaak vanzelf (kinderen!)
- E. leren door conditionering, leren door beloning of straf. In het algemeen werkt, in opvoedingssituaties, beloning veel effectiever dan straf
- F. leren door herhaling, het inslijpen van gedrag. Een nagebootste handeling wordt beter geleerd door hem enige malen te oefenen
- G. trial and error, leren door gissen en missen. Het leren gebeurt ongericht, er zit geen leerstrategie achter
- H. leren door plotseling inzicht. Het leren vindt niet bij stukjes en beetjes, maar plotseling en in zijn geheel plaats. Kenmerkend voor inzicht is dat er samenhangen, verbanden worden geleerd; daardoor kan het inzicht dat in een bepaalde situatie is opgedaan, gebruikt worden in andere situaties (transfer)
« Leren van volwassenen. Deel 2 — Factoren die het leren beїnvloeden (leerprincipes) »
