KennisDelen.eu Kennis-, houdings- en vaardigheidsdoelen


Kennis-, houdings- en vaardigheidsdoelen

Didactiek.

Je kunt leerdoelen uitsplitsen naar de aard van het beoogde leerresultaat:

  • Moet een cursist aan het einde van de cursus bepaalde feiten kennen?
  • Moet hij bereid zijn tot iets?
  • Moet hij bepaalde handelingen kunnen verrichten?

Het beoogde eindgedrag bepaalt of er sprake is van een kennisdoel, een houdingsdoel of een vaardigheidsdoel.

Kennisdoel. Hierbij gaat het om verwerven en onthouden van informatie of kennis. Kennisdoelen kom je ook tegen als cognitieve doelen (cognitie betekent: kennen, denken, weten). Enkele voorbeelden:

  • Na de les kan een leerling-verkoopster noemen welke afdelingen de vestiging kent.
  • Na de les kan een leerling-monteur aan de hand van dia’s materieel op de juiste wijze benoemen.
  • Na de les kan een leerling-cursusleider met behulp van een tekening het opleidingsontwikkelingsmodel toelichten.

Houdingsdoelen. De nadruk ligt op het verwerven en tentoonspreiden van een bepaalde (positieve) houding of bepaalde gevoelens. Houdingsdoelen kom je ook wel tegen als attitudedoelen (attitude betekent houding). Enkele voorbeelden:

  • Na de cursus is de leerling verkoopster attent op mogelijke kortingen en bereid de klant artikelen met korting te adviseren.
  • Na de cursus toont de leerling de bereidheid om het hem opgedragen werk uit te voeren op een voor hemzelf en voor anderen zo veilig mogelijke manier.
  • Na de cursus kan de cursist leiding geven aan 10 monteurs in een lijnwerkplaats.

Vaardigheidsdoelen. Cursisten moeten bepaalde handelingen leren verrichten en ze moeten bepaalde dingen leren doen. Vaardigheidsdoelen kunnen van psychomotorische of van cognitieve aard zijn, dat wil zeggen: ze kunnen gericht zijn op handelingen die zich in de werkelijkheid afspelen of op handelingen die zich in het hoofd afspelen.

In het eerste geval is er sprake van psychomotorische vaardigheden, zoals het hanteren van gereedschappen, het bedienen van machines en apparaten (psychomotorisch wil zeggen dat het brein de bewegingen stuurt). Enkele voorbeelden van psychomotorische vaardigheidsdoelen:

  • Na de les kan de leerling verkoopster zelfstandig een afdeling aanvullen.
  • Na de les kan de leerling zelfstandig de datum instellen op een computer.
  • Na de les kan de leerling-conducteur de centrale deursluiting van mat. ’54 bedienen, volgens de voorgeschreven procedure.

In het tweede geval, waarbij het gaat om niet direct zichtbare handelingen, is sprake van cognitieve vaardigheden. Hierbij valt te denken aan beslissen, probleemoplossen, logisch denken (cognitie betekent: kennen, denken, weten). In tegenstelling tot een kennisdoel dat een doel is op cognitief laag niveau, is een cognitief vaardigheidsdoel een doel op cognitief hoog niveau. De gevraagde vaardigheid is complexer en ingewikkelder dan het puur verwerven en onthouden van (feiten-) kennis. Enkele voorbeelden van cognitieve vaardigheden:

  • Na de les kan de leerling beoordelen of de herstelwerkzaamheden bij een aangegeven spoorbreuk op zodanige wijze zijn uitgevoerd dat het betreffende spoor weer gebruikt kan worden zonder gevaar.
  • Na de les kan de verkoopster beoordelen of de klacht van een klant terecht is en volgens de geldende procedures die klacht afhandelen.
  • Na de les kan de telefoniste-receptioniste zelfstandig een omroepbericht samenstellen en omroepen.

Het is in de praktijk vaak moeilijk de verschillende typen doelen precies van elkaar af te grenzen. Vooral het verschil tussen een kennisdoel en een cognitief vaardigheidsdoel lijkt soms miniem. Ook is het van bepaalde handelingen vaak moeilijk aan te geven in hoeverre het gaat om cognitieve vaardigheden dan wel psychomotorische vaardigheden.

« Hoe maak je leerdoelen?Oververtegenwoordiging van kennisdoelen »

Plaats een reactie