Hoe maak je leerdoelen?
Didactiek.
Het maken van leerdoelen kan lastig zijn, begin niet te grootscheeps en doe het stap voor stap.
Mede dankzij het werk van Mager (1962) zijn velen ervan overtuigd dat het formuleren van leerdoelen een goede zaak is. Het is echter gemakkelijker over leerdoelen te praten dan om er iets aan te doen. Immers, waar moet je beginnen? Eén ding moet duidelijk zijn: begin niet te grootscheeps maar probeer eerst in het klein een idee te krijgen van wat er allemaal bij het formuleren van leerdoelen komt kijken. Probeer dus geen leerdoelen op te stellen voor bijvoorbeeld het hele onderhoud en de revisie van een machine, maar beperk je tot onderdelen van het onderhoud of de revisie. Probeer leerdoelen te formuleren voor de maandelijkse onderhoudsbeurt van de elektrische/elektronische installaties van de machine.
In het algemeen gaat men als volgt te werk.
Vanuit de taakanalyse worden eerst de algemene doelen geformuleerd. Deze algemene doelen worden verder uitgesplitst in concrete leerdoelen.
Strikt genomen zou je voor elk opleidingsprogramma alle leerdoelen moeten operationaliseren. In de praktijk mag je van die strenge richtlijn wel eens afwijken.
Als je bijvoorbeeld zelf een opleidingsprogramma verzorgt dat maar eenmalig wordt gegeven, dan is het vaak niet nodig om alle leerdoelen heel nauwkeurig tot op het meest concrete niveau te operationaliseren. De lange voorbereidingstijd staat dan niet in een goede verhouding tot het eigenlijke gebruik van het programma.
In het algemeen wordt ervan uitgegaan dat voor een hele cursus, opleiding of een heel programma enkele algemene doelen of globale doelen omschreven moeten worden. Voor elk onderdeel van de opleiding worden dan een aantal concrete doelen omschreven.
De formulering van leerdoelen moet aan een aantal eisen voldoen. Mager stelt de volgende eisen:
- Beschrijf het waarneembare eindgedrag dat de cursist na afloop van de les of cursus moet vertonen (waarneembaar eindgedrag).
- Geef de belangrijkste omstandigheden aan waaronder de cursist het verwachte eindgedrag moet vertonen (voorwaarden).
- Geef een omschrijving van wat de cursist moet doen om zijn werk als voldoende beoordeeld te zien (beoordelingsmaatstaf).
Voor bedrijfsopleidingen geldt daarnaast nog dat je in het leerdoel informatie moet opnemen over voorzorgen en veiligheidsmaatregelen bij gevaarlijke situaties (Davies 1978).
Bijvoorbeeld:
De cursist (controleur) is in staat om binnen 20 minuten 60 willekeurige printplaten met behulp van een loupe te sorteren op soldeerfouten, waarbij één sorteerfout is toegestaan.
Met behulp van de formuleringseisen van Mager kan dit leerdoel als volgt worden ontleed:
- Waarneembaar gedrag: Sorteren van printplaten met als resultaat twee stapels: één stapel met en één stapel zonder soldeerfouten.
- Voorwaarden: Willekeurige printplaten, met gebruikmaking van een loupe.
- Beoordelingsmaatstaf: 60 printplaten binnen 20 minuten met maximaal één sorteerfout.
- Veiligheidsmaatregel: Niet van toepassing.
Kortom, je moet het leerdoel zo concreet mogelijk formuleren, zodat de cursist precies weet wat hij moet kennen en kunnen, in hoeveel tijd, op welke manier, onder welke omstandigheden en met welke hulpmiddelen.
Het leerdoel moet zo zijn geformuleerd dat het slechts op één manier is uit te leggen! Vermijd daarom (vage) werkwoorden als:
- kennen
- weten
- begrijpen
- inzien
- inzicht hebben in
- de betekenis kennen van
- op de hoogte zijn van
Gebruik bij voorkeur eenduidige actiewerkwoorden zoals:
- noemen
- schrijven
- tekenen
- aanwijzen
- oplossen
- uitvoeren
- analyseren
- selecteren
- demonstreren
- construeren
- verklaren
- onderscheid maken tussen
« Waarom leerdoelen formuleren? — Kennis-, houdings- en vaardigheidsdoelen »
