KennisDelen.eu Hoe gebruik je de doceervorm?


Hoe gebruik je de doceervorm?

Didactiek.

Om goed te doceren is het van belang een duidelijke structuur en een heldere inhoud te hebben. De meest elementaire structuur in een les/presentatie/verhaal is de indeling in:

  • a. inleiding;
  • b. kern;
  • c. afsluiting.

Bij de planning van de (doceer-)les is het goed om van deze indeling uit te gaan en voor de verschillende onderdelen tijd te reserveren. Tijdens de bijeenkomst moeten cursisten de indeling kunnen herkennen.

Ad a De inleiding
In de inleiding vertelt de docent waar hij/zij het over wil hebben en het waarom (onderwerp en doel):

  • “en dan wil ik jullie nu wat vertellen over de marketingplannen voor de komende jaren, zodat jullie straks begrijpen waar de term klantgericht handelen mee te maken heeft”;
  • “nu ga ik jullie de verschillen en overeenkomsten van diverse soorten vijlen uitleggen, zodat jullie weten wanneer je welke vijl gebruiken moet”.

Aandachtspunten bij de inleiding:

  • noem het onderwerp en zorg voor een duidelijke afbakening;
  • vermeld met welke bedoeling je dit onderwerp behandelt;
  • geef aan hoeveel tijd je nodig denkt te hebben;
  • probeer interesse voor het onderwerp te wekken;
  • omschrijf de begrippen en termen die je gebruikt;
  • geef een overzicht van de onderdelen die je behandelt (eventueel op bord, op stencil, op flap);
  • maak een afspraak met de cursisten over vragen stellen, onderbreken, discussie.
  • geef aan wat jouw deskundigheid of betrokkenheid bij dit onderwerp is

Ad b De kern
De kern van het verhaal draagt de belangrijkste informatie. Voor de cursisten moet duidelijk zijn wat hoofd- en bijzaken zijn, moeten ze de gegeven informatie echt onthouden of kunnen ze deze beschouwen als iets extra’s, dat ze niet per se hoeven te weten. Als er meer kernpunten zijn (meer onderwerpen die passen in hetzelfde verhaal) dan is het handig deze te noteren op het bord of op een flap, zodat cursisten het overzicht behouden.

Aandachtspunten bij de kern:

  • behandel het onderwerp op de manier zoals je in de inleiding hebt aangegeven;
  • geef eventueel tussentijdse samenvattingen;
  • geef duidelijk aan wanneer je van het ene onderdeel naar het andere overgaat;
  • geef aan wat (zeer) belangrijke en wat minder belangrijke informatie is;
  • maak een onderscheid in hoofd- en bijzaken;
  • geef voorbeelden van praktische toepassingen;
  • sluit aan bij wat cursisten al kennen, weten en kunnen;
  • controleer via controlevragen of cursisten u nog volgen

Ad c De afsluiting
Na tien à vijftien minuten doceren zal de aandacht en concentratie van cursisten afnemen. Het wordt dan tijd om over te gaan op een andere werkvorm. In enkele afsluitende zinnen kunnen de hoofdpunten van het verhaal kort worden herhaald of samengevat en kan een overgang naar een andere werkvorm worden gemaakt.

  • “Ik heb jullie nu het een en ander verteld over ………”.
  • “Ik heb in de afgelopen tien minuten duidelijk willen maken, dat ………”.

Aandachtspunten bij de afsluiting:

  • zorg voor een duidelijke afronding;
  • vat de belangrijkste punten kort samen;
  • stel eventueel een aantal vragen over het behandelde onderwerp;
  • maak eventueel een overgang naar een andere werkvorm.

« Toelichting op didactische werkvorm: docerenOnderwijsleergesprek »

Plaats een reactie