Factoren die het leren beїnvloeden (leerprincipes)
Leren van Volwassenen.
Factoren die het leren beїnvloeden (leerprincipes)
In onderwijsleersituaties/ cursussen/trainingen voor volwassenen hebben we te maken doelbewust, dus intentioneel leren. Om deze leerprocessen zo efficiënt en effectief mogelijk te laten verlopen kan de docent een aantal leerprincipes gebruiken die in de praktijk hun waarde hebben bewezen:
- Het terugkoppelingsprincipe. Frequente terugkoppeling (feedback) bevordert het leren, de cursist wil tijdens het leerproces weten of hij/zij het goed doet (terugdringen van onzekerheid, zie ook deel 1). Voorbeelden van dit principe zijn toetsen, vragen en opdrachten, gesprekken over de voortgang, tussentijdse controle e.d.
- Het ‘weet wat je leert’ principe.Als een cursist weet wat hij moet gaan leren en hoe hij het geleerde kan gaan toepassen, leert hij beter. Dit houdt in dat de docent veelal in de inleiding of zelfs bij de uitnodiging de leerdoelen van de cursus, de opbouw en het ‘hoe en waarom’ van de cursus duidelijk moet maken aan de cursisten.
- Het activiteitsprincipe. Activiteiten van de cursist, het laten werken met de aangeboden leerstof bevordert het leren. Leren is een actief proces waarbij de cursist de leerstof bekijkt, analyseert, door elkaar gooit, in stukjes hakt en in verband brengt met dingen die hij/zij al weet. Het gaat om de volgende activiteiten: samenvattingen maken, leerstof schematiseren, structuur aanbrengen, vragen beantwoorden, opdrachten maken.
- Het plezierprincipe. Plezier in het leren bevordert het leren, leren mag ook leuk en moet nuttig zijn.De volgende factoren dragen bij aan het plezier in het leren: relevantie voor de toekomstige taak en het (persoonlijk of bedrijfs-) belang van het geleerde laten inzien.
- Het ‘oefening baart kunst’ principe. Leren vereist oefening. Het gaat erom dat de cursist op een productieve manier de leerstof in zich opneemt en niet op een consumptieve manier. Dit kunnen we bereiken door de cursist te laten oefenen met behulp van opdrachten waarin hij de juistheid van een aantal toepassingen moet bepalen of door hem toepassingen te laten ontdekken.
- Het aanknoopprincipe.Het leren moet aansluiten bij wat de cursist al weet en kan. Kennis die niet in verband kan worden gebracht met reeds aanwezige kennis en ervaring kan niet begrepen, niet gekend, niet geleerd en niet overgedragen worden: het komt ‘in de lucht’ te hangen. Als er nieuwe kennis moet worden overgedragen is het raadzaam nieuwe termen eerst toe te lichten en/of nieuwe begrippen in bekende termen uit te drukken.
Het is een onmogelijke zaak om bij alle opleidingsactiviteiten alle leerprincipes toe te passen; de docent doet er verstandig aan, ter bevordering van effectiviteit en efficiency, uit bovenstaande beschrijving een aantal principes te selecteren en toe te passen: zijn lessen worden doelgerichter en leveren voor hem en zijn cursisten meer resultaat op.
« Leren van volwassenen. Deel 3 — Leren van volwassenen. Deel 4 »
