KennisDelen.eu Doceervaardigheden monoloog


Doceervaardigheden monoloog

Didactiek.

We onderscheden twee hoofdgroepen van doceervaardigheden:

  • vaardigheden ten behoeve van de presentatie
  • vaardigheden ten behoeve van de organisatie

Vaardigheden ten behoeve van de presentatie
Deze vaardigheden hebben te maken met het gedrag van de docent, zoals: spreken, bewegingen, gebaren en het (oog)contact met de toehoorders; deze vaardigheden zijn min of meer persoonsgebonden.

Stemgebruik
De docent moet goed articuleren om voor iedereen even goed verstaanbaar te zijn. Ook de spreektempo beïnvloedt de verstaanbaarheid, vooral beginnende sprekers praten te snel. Het gesproken woord wordt levendig door intonatie: bepaalde woorden of passages kunnen door middel van verschil in toonhoogte en – sterkte onderstreept worden. Denk ook aan een (te) hard, (te) zacht, monotoon, schel en donker stemgeluid. Voorkom het gebruik van stopwoordjes.

Oogcontact
Oogcontact is een sterk middel om de aandacht van mensen te trekken en vast te houden. Het bewust waarnemen van signalen geeft veel informatie over hoe het verhaal overkomt en hoe mensen zich voelen (informatie via de ogen kan niet gefaket worden: vinden cursisten uw verhaal nog steeds boeiend of vervelend, zijn ze moe, vrolijk, verdrietig etc).

Ook als de cursisten rustig zitten te luisteren dient de docent regelmatig te controleren of de leerstof die hij op dat moment brengt nog wordt opgenomen: bedenk dat het opnamevermogen na ongeveer 10 minuten intensief luisteren snel afneemt, dus een variatie (in werkvormen bijvoorbeeld) is dan gewenst!

Dit is des te meer belangrijk omdat een monoloog eenrichtingsverkeer is, let daarom op:

  • hoe staan de gezichten? Aandachtig, verveeld of vragend?
  • reageren ze op opmerkingen of grapjes?
  • volgen ze de bewegingen van de docent?

Bewegingen en gebaren
Een stijve docent brengt saaiheid. Dat wil niet zeggen dat er een onemanshow moet worden opgevoerd. De gebaren van de docent dienen het betoog te ondersteunen: aanwijzen van teksten of figuren op het bord of overheadprojector. Wijs iets langer dan noodzakelijk is omdat niet alle cursisten gelijkertijd kijken. Kom regelmatig van uw stoel af of ga af en toe zitten om aandacht te trekken. Houd de gebaren rustig, anders ontstaat een gejaagde indruk.

Vaardigheden ten behoeve van de organisatie
Deze vaardigheden hebben te maken met de structuur en opbouw van de leerstof, zoals logische volgorde, de snelheid van informatieoverdracht, helderheid van uitleg en gebruik van hulpmiddelen; deze vaardigheden zijn min of meer leerstofgebonden.

Structuur
De structuur van een monoloog is in onderstaand schema opgenomen:

doceervaardigheden

Tempo
Het tempo van de les wordt beïnvloed door onder andere de spreeksnelheid, de woordkeus, de duur van het betoog en de moeilijkheidsgraad van de inhoud. Om tot een aangepast tempo te komen, kunnen de volgende richtlijnen gelden:

  • houd de kernpunten beperkt en duidelijk van elkaar gescheiden
  • pauzeer regelmatig, natuurlijke rustpunten zijn:
    • aanwijzen op het bord/flap
    • schoonvegen van het bord
    • neerleggen van een transparant op de overheadprojector
  • als er aantekeningen gemaakt moeten worden, geef er dan gelegenheid voor

Heldere uitleg
Hoe duidelijk de docent in zijn betoog is kunnen alleen de deelnemers beoordelen. De enige manier om dat te controleren is door het aan hen te vragen. Wanneer er onduidelijkheden zijn, probeer dan door gerichte vragen te achterhalen waar dat zit.

Probeer vervolgens de onduidelijkheid weg te nemen (sommige docenten beginnen dan hetzelfde verhaal met iets luidere stem nogmaals te vertellen, dit helpt niet echt, zoek naar andere uitlegmogelijkheden!)

« Competentiegericht opleiden en nieuwe kwalificatiestructuurDoceervaardigheden dialoog »

Plaats een reactie