KennisDelen.eu Doceervaardigheden dialoog


Doceervaardigheden dialoog

Didactiek.

Behalve de doceervaardigheden, zoals besproken in artikel ‘doceervaardigheden monoloog’, zijn er ook vaardigheden die met name van toepassing zijn voor de dialoog. Doceervaardigheden die gebruikt worden bij de dialoogwerkvorm hebben betrekking op de interactie tussen de docent en de deelnemers, of het bevorderen van de interactie tussen de deelnemers

Vaardigheden ten behoeve van deze vormen van interactie zijn:

  • het stellen van vragen aan deelnemers
  • het reageren op vragen van deelnemers
  • het optreden als discussieleider

Bij elk van deze vaardigheden volgen hieronder enkele praktische wenken

Het stellen van vragen
De docent kan een aantal redenen hebben om vragen te stellen:

  • ter inleiding van een onderwerp of een probleem
  • om tijdens de behandeling van een onderwerp in de goede richting te sturen
  • ter controle
  • ter afsluiting van een onderwerp

Enkele praktische wenken bij het stellen van vragen:

  • als men de hele groep wil activeren, stel dan de vraag aan de hele groep, dus richt je voor het stellen van de vraag niet tot 1 persoon, bijv. : ‘Piet, wat vind jij……..’
  • pauzeer na het stellen van de vraag 3 tot 5 seconden, alvorens een cursist uit te nodigen het antwoord te geven
  • blijkt de vraag niet goed begrepen, dan kan de vraag in wat andere bewoordingen opnieuw gesteld worden, wordt hij dan nog niet begrepen, stel dan de vraag niet nog een keer, maar zoek naar oorzaken van het niet-begrijpen. Als een van de aanwezigen de vraag wel begrepen heeft, laat hem dan de vraag in zijn bewoordingen stellen
  • stel enkelvoudige vragen
  • beantwoord niet zelf met een vraag
  • vermijd vragen die met ja of nee beantwoord kunnen worden (gesloten vragen)
  • nodig zowel actieve als passieve deelnemers uit om antwoord te geven
  • spreid de vragen over alle cursisten
  • zeg bij een foutief antwoord niet dat het antwoord fout is, maar vraag door om de deelnemer op het goede spoor te zetten en schakel zonodig de hele groep hierbij in

Het reageren op vragen
Enkele praktische wenken bij het inspelen op vragen van deelnemers:

  • de meeste deelnemers moeten (zeker in het begin) een zekere schroom overwinnen voordat ze een vraag stellen; als een cursist een vraag stelt, reageer daar dan positief op
  • herhaal de vraag van een cursist, dit
    • ter controle of de vraag begrepen is
    • om na te gaan of alle deelnemers de vraag verstaan hebben
  • als de vraag niet van belang is voor het onderwerp, doe dit dan niet badinerend af, maar stel het voor als een onduidelijkheid
  • als de vraag verband houdt met het onderwerp, maar nog niet aan de orde is, zeg dan dat er op teruggekomen wordt en maak daar een notitie van. Niet vergeten!
  • Behandel de vraag van een deelnemer als een vraag van de groep
  • Als de vragensteller iets niet goed begrepen heeft, schakel dan ook anderen in om het antwoord te geven
  • Als de deelnemers elkaar vragen gaan stellen, kap dit dan niet af, maar neem de vragen over en leg ze voor aan de hele groep

Discussieleider
De docent heeft in de rol van discussieleider de volgende taken en heeft dus ook de daarmee verbonden vaardigheden nodig:

  • Initiëren De docent stelt het thema en het doel van de discussie aan de orde
  • Informatie vragen De docent vraagt naar feiten en meningen die van belang zijn voor het onderwerp
  • Informatie geven De docent brengt persoonlijke ervaring en informatie in
  • Procedure bewaken De docent grijpt in bij te lange uitweidingen, verwarring van hoofd- en bijzaken, conclusies op basis van meningen (ipv op feiten), dominante deelnemers, enzovoorts
  • De groep bij elkaar houden De docent prijst bijdragen, bemiddelt tussen groepsleden, houdt communicatiekanalen open
  • Samenvatten De docent vat de ideeën samen en legt besluiten/conclusies vast

« Doceervaardigheden monoloogDoceervaardigheden voor de werkvorm: de opdracht »

Plaats een reactie