KennisDelen.eu Competentiegericht opleiden en nieuwe kwalificatiestructuur


Competentiegericht opleiden en nieuwe kwalificatiestructuur

Competentiegericht opleiden.

De huidige kwalificatiestructuur voor het middelbaar beroepsonderwijs bestaat uit meer dan 700 kwalificaties: teveel versnippering en overlap is het gevolg. Het leidt tot een versnipperd en weinig efficiënt aanbod van opleidingen, hetgeen mede bijdraagt aan een te grote leerlingenuitval. Kortom de kwalificatiestructuur is aan herziening toe.

In de nu gangbare, nieuwe inzichten worden beroepspraktijk en eisen die de maatschappij stelt aan haar toekomstige vakmensen, uitgangspunten voor het onderwijs. Het belang van het leren in de praktijk zal toenemen. Het passief volgen van vakken is verleden tijd en zal worden ingewisseld voor actievere vormen van leren. Het verwerven van competenties is het belangrijkste kenmerk van dit nieuwe onderwijs. Daarvoor is een nieuwe kwalificatiestructuur nodig. Hierin worden de competenties beschreven waarover beginnende beroepsbeoefenaren moeten beschikken. Niet meer kennis los van de praktijk, maar kennis, vaardigheden, houding en inzicht in de context van de beroepspraktijk staan centraal.

Van beroepscompetentieprofiel tot kwalificatiedossier: vijf stappen

Stap 1: Opstellen van beroepscompetentieprofiel

Om van wensen en eisen vanuit de arbeidsmarkt te komen tot een kwalificatieprofiel is het noodzakelijk eerst te beschrijven wat een (toekomstig) beroepsbeoefenaar moet kennen en kunnen. Sociale partners, branches en kenniscentra hebben nauwkeurig onderzoek gedaan naar de ontwikkelingen in de beroepspraktijk. Op basis van dit onderzoek zijn zogenaamde beroepscompetentieprofielen opgesteld, die de eisen die aan een vakvolwassen beroepsbeoefenaar worden gesteld beschrijven. In zo’n profiel zijn de volgende zake tenminste beschreven:

  • kerntaken: kenmerkende werkzaamheden van de beroepsbeoefenaar, zo mogelijk geordend in logische volgorde van het beroep
  • kernopgave: opgave of probleem waarmee een beroepsbeoefenaar regelmatig te maken heeft, dat kenmerkend is voor het beroep en waarbij van de beroepsbeoefenaar een oplossing of aanpak wordt verwacht
  • competenties: het vermogen om een in een specifieke context verlangde prestatie te kunnen leveren

Kerntaken, kernopgaven en competenties worden altijd beschreven in termen van de beroepscontext en ze vormen daarmee de basis van het beroepscompetentieprofiel.
Een kwalificatieprofiel is altijd gebaseerd op een of meer van die beroepscompetentieprofiel, dit wordt getoetst door kenniscentra, zij hanteren hierbij het zgn Format Beroeps-competentieprofiel.

Stap 2: Opstellen van een leer- en burgerschapsprofiel

Om van wensen en eisen vanuit maatschappij en vervolgonderwijs te komen tot een kwalificatieprofiel is het noodzakelijk te beschrijven wat een beroepsbeoefenaar vanuit die invalshoeken moet kennen en kunnen. De leercompetenties beschrijven de competenties die iemand nodig heeft om te kunnen doorstromen naar het vervolgonderwijs, om te kunnen leren leren en om iemand een leven lang te kunnen laten leren. De burgerschapscompetenties beschrijven de competenties die iemand nodig heeft om persoonlijk en maatschappelijk goed te kunnen functioneren. Om zowel de beroepscompetentieprofielen als het leer- en burgerschapsprofiel met elkaar te vervlechten is voor beide documenten gewerkt met hetzelfde protocol Beroepscompetentieprofielonderzoek.

Stap 3: Clusteren van beroepscompetentieprofielen

Door over de grenzen van het eigen vakgebied of eigen branche te kijken komen kenniscentra tot kwalificatieprofielen die breed inzetbare en startbekwame mensen voor de arbeidsmarkt opleveren. Het gebruik van (breder geformuleerde) competenties maakt het zoeken naar verwantschap tussen beroepen ook beter mogelijk. Op basis van overeenkomsten in (verrijkte) kerntaken worden beroepscompetentieprofielen samengevoegd bij de vertaling naar het kwalificatieprofiel, dit heet clusteren en zal tot meer transparantie en herkenbaarheid voor het bedrijfsleven moeten leiden. Clustering van beroepscompetentieprofielen vindt plaats als er substantiële overeenkomsten zijn in de kerntaken van de beschreven beroepen.

Stap 4: Ontwikkelen van het kwalificatieprofiel

Uitgaande van een of meerdere (verwante) beroepscompetentieprofielen omschrijft het kenniscentrum, in nauw overleg met bedrijfsleven en onderwijs aan welke eisen de gediplomeerde moet voldoen bij de start op de arbeidsmarkt. In het kwalificatieprofiel is dus de vertaalslag gemaakt van de competenties van de vakvolwassen beroepsbeoefenaar naar de competenties van een beginnend beroepsbeoefenaar.

Stap 5: Opstellen kwalificatiedossier

Het resultaat van de ontwikkeling van een kwalificatieprofiel wordt beschreven in een kwalificatiedossier. Het dossier bestaat uit drie delen:

  • Deel 1 kwalificatieprofiel: kerndeel Beschreven wordt waaraan een gekwalificeerd, beginnend beroepsbeoefenaar moet voldoen, welke loopbaanmogelijkheden er voor hem of haar zijn en welke niveau’s in he kwalificatieprofiel worden onderscheiden. Ook worden de kerntaken en kernopgaven van het beroep beschreven en worden de onderliggende competenties in een competentiematrix gepresenteerd
  • Deel 2 Uitwerking, differentiaties en verantwoording Hierin is de uitwerking van de kern (deel 1) opgenomen met een eventuele aanvulling van uitstroomdifferentiaties en certificeerbare eenheden. Het kerndeel en de uitstroomdifferentiatie(s) zijn uitgewerkt in:
    • verrijkte kerntaken
    • beroepscompetenties met beheersingscriteria
  • Deel 3 Bron- en referentiedocumenten Bij de ontwikkeling van een kwalificatieprofiel wordt gebruik gemaakt van twee of meer (verplichte) brondocumenten: de door de sociale partners gelegitimeerde beroepscompetentieprofielen en het Leer- en burgerschapsprofiel. Er kunnen bij het verder uitwerken ook andere documenten gebruikt worden, we spreken dan van referentiedocumenten

« Competentiegericht opleiden en Beroepspraktijkvorming (BPV)Doceervaardigheden monoloog »

Plaats een reactie