KennisDelen.eu 2006 november


Competentieprofiel praktijkopleider

Competentiegericht opleiden.

In ons artikel “Competentiegericht opleiden en Beroepspraktijkvorming” gaven we aan in een vervolgartikel verder in te gaan op het competentieprofiel van de praktijkopleider. We staan uitgebreid stil bij de praktijkopleider omdat deze functionaris binnen de (leer)bedrijven gezien kan worden als centrale persoon. Zijn deskundigheid maar zeker ook zijn motiverende houding zijn sterk bepalend voor een succesvolle leertijd van zijn leerlingen en/of stagiaires.
Behalve een grote mate van vakbekwaamheid zal de effectieve praktijkopleider ook over behoorlijke portie mensgerichtheid en empatisch (inlevend) vermogen moeten beschikken….

Het voeren van begeleidingsgesprekken (techniek)

Competentiegericht opleiden.

In het artikel over de struktuur van het begeleidingsgesprek komt tot uiting dat het goed kunnen voeren van een begeleidingsgesprek het nodige aan gesprekstechniek vraagt van de opleider/begeleider. In dit artikel gaan we hier nader op in.

Het voeren van begeleidingsgesprekken (struktuur)

Competentiegericht opleiden.

Onder begeleiding verstaan we: ‘situaties creëren en voorwaarden scheppen waardoor leer- en ontwikkelingsprocessen bij leerlingen kunnen plaatsvinden, zodat de opleidingsdoelen bereikt kunnen worden’.
Begeleiding geven is het werk dat de opleider doet om leerlingen te motiveren en te stimuleren, zodat zij de leerdoelen gemakkelijker zullen realiseren. Het uiteindelijke doel is de leerlingen zo te motiveren dat zij de verantwoordelijkheid voor hun eigen leren op zich nemen. De belangrijkste activiteit binnen het begeleidingsproces is het voeren van begeleidingsgesprekken.

Het geven van begeleiding

Competentiegericht opleiden.

Begeleiding geven is het werk dat de opleider doet om de leerlingen te motiveren, aan te moedigen en te inspireren, zodat zij de leerdoelen gemakkelijker zullen realiseren. Het uiteindelijke doel is de leerlingen zo te motiveren dat zij de verantwoordelijkheid voor hun eigen leren op zich nemen. Een (praktijk-) opleider krijgt als begeleider geen gemakkelijker leven dan een opleider die doceert. De taken verschuiven van uitvoerend naar voorbereidend en naar meer aandacht voor de organisatie van het leerproces tijdens een bijeenkomst. Dit betekent dat de cursisten zich actiever dan in een ‘gewone’ overdrachtsituatie moeten gaan opstellen: immers ‘een leerling leert van wat hij doet en niet van wat de (praktijk-) opleider doet’